in de pers  



(Ommelander Courant, 11 februari 2008;
De Eemslander, 13 februari 2008)       

Midwinterconcert
Sola Gratia
van hoog niveau

UITHUIZERMEEDEN - Het is ondertussen al een jarenlange traditie dat het vrouwenkoor Sola Gratia van Uithuizermeeden samen met Capella Oecumenica uit Delfzijl gezamenlijk rond februari een concert in Het Anker verzorgen.

Het programma wordt in hetzelfde weekend twee keer uitgevoerd: op zaterdagavond in Uithuizermeeden en de volgende zondag in de Kruiskerk in Delfzijl. En elk jaar is er een fris programma. Geen herhalingen van vorige keren. En, ook telkens een andere solist. Deze keer was het de sopraan Judith Pranger. De orgelbegeleiding was in goede handen bij 'huisorganist' Kees Steketee. En zoals gebruikelijk was de muzikale leiding in handen van de eigen dirigent
Ties Molenhuis.

Beide koren traden in afwisseling op en kwamen elk twee keer aan bod. Tevens waren er als afwisseling drie solistische optredens. Na het eerste koorblok van Sola Gratia speelde Ties Molenhuis op de piano Moment Musicaux nr 6 in As van Schubert. Na Capella Oecumenica speelde Kees Steketee van F. Mendelssohn Bartholdy het Adagio uit de Tweede Sonate. Een goede keus omdat het een plaats had tussen koorwerken van Mendelssohn en Rheinberger. Tussen de laatste kooroptredens zong Judith Pranger van Brahms het Mädchenlied. Ties Molenhuis begeleidde haar daarbij op de piano.

En dan de koren. Het is toch bijzonder, dat in zo'n klein en dun bevolkt gebied zoveel vocale kwaliteit te vinden is. En dat niet alleen, maar ook de wil om iets uit te voeren wat, althans voor onze oren, nieuw is. Dat eist van de dirigent dat hij het vocale landschap goed verkent, en van het koor, dat het vertrouwen in zijn kennen, kunnen en muzikale leiding volkomen is.
Twee volslagen onbekende componistennamen stonden direct aan het begin op het programma: J. Busto (Spaans Baskenland) en J. Swider (Polen). Van de laatste had Ties tijdens een tournee door Polen werken horen uitvoeren. Busto's Ave Mara muntte uit in prachtige harmonieën, bijzonder mooi voor kerkelijk gebruik. Van Swider twee werken: Arioso en Jubilate Deo. Deze werken vragen het uiterste van een koor, wat betreft zangtechniek en ritmische beheersing. Van beide componisten kan gezegd worden dat hun werken origineel zijn, zonder dat ze vermoeien. De componist communiceert, via de uitvoerenden, met het luisterende publiek. En die kan het muzikaal zeer verteren. Het zijn bepaald geen muzikale experimenten, die je na uitvoering in de prullenbak deponeert.
Capella Oecumencia zong opvallend veel werken van Mendelssohn. Gedeeltelijk met en gedeeltelijk zonder begeleiding. Bijzonder mooi was Verleih'uns Frieden. De mannen blonken uit in een prachtig unisono, gevolgd door de vrouwen, als verweven in de orgelpartij. En direct gevolgd door de koraalzetting. Een prachtig samenspel van koor en de obligate orgelpartij.
Sola Gratia vervolgde met drie werken van Rheinberger. Dat vergt wel veel van een koor. Er was echter geen sprake van 'koormoeheid'; dit koor beheerst gewoon deze muziek.
Capella Oecumenica sloot af met een Geistliches Lied van Brahms en het altijd weer mooie Hör mein Bitten van Mendelssohn. Geistliches Lied is een compositie met een sterk meditatief karakter. Het vraagt van een koor een 'lange adem', dus, veel uithoudingsvermogen. Niet in het minst bij het coda. Het klonk prachtig.
Dan nog Hör mein Bitten. Hier toonde Judith Pranger zich op haar best. Koor en solist wisselen elkaar flitsend af. Ze was duidelijk aanwezig zonder het koor te overheersen. Ze beschikt over een mooie en goed geschoolde stem.

En dan Kees Steketee. Als begeleider een waar fundament voor het koor, deze veelzijdige musicus. Een koor kan volledig op hem vertrouwen.
Het enige wat detoneerde was het armzalige geluid van de piano. Zou een vleugel in zo'n gebouw niet wenselijk zijn? De gebruikswaarde van Het Anker zou er aanzienlijk mee verhoogd worden.
Tenslotte nog één opmerking over het vrouwenkoor. Ik kan me moeilijk voorstellen, dat deze op hoog peil staande muzikale prestaties louter een gevolg zijn van Sola Gratia...

Wim Dalmaijer