recente columns         

Op deze pagina treft u steeds de meest recente column(s) aan.

 

2011
(24 december 2011)

Het jaar nadert zijn einde.
Een mooi moment om terug te blikken, al is het niet echt origineel. Iedereen blikt terug en overal verschijnen lijstjes en overzichten.
Het wemelt van de artiesten die een oudejaarsconference maken, en zelfs een historicus, Maarten van Rossum, waagt zich er aan. Het grappige is dat hij, ik zag wat fragmenten, en hij zegt dat zelf ook, alleen maar dingen vertelt die er dit jaar gebeurd zijn, en dat blijkt al lachwekkend genoeg. Je hoeft geen grap meer te bedenken, Nederland was in 2011 één grote grap.
Ik zie een hoogbegaafde jongen die op zijn dertiende het gymnasium al heeft afgesloten. Hij studeert nu iets ingewikkelds, en daarnaast maakt hij muziek. Niet dat hij pianospeelt, of viool, of voor mijn part elektrische gitaar, nee hij maakt dance, computermuziek, knippen en plakken en bonken. Ik begon gelijk te betwijfelen of hij echt hoogbegaafd is. Hij droomt er van om een album te maken. Ook al zo’n rare gewoonte: wat vroeger een plaat heette, heet nu een album, volgens mij komt dat vanwege die mooie grote klaphoezen bij mooie elpees, maar hoe je een cd in een plastic doosje een album kunt noemen is mij een raadsel.
We maakten ons druk om een verdwaalde zeehond, een vergeten schildpad, en ik zag zelfs tranen in een ontbijtprogramma waarin een orka werd verhuisd, per vliegtuig. In datzelfde programma ging het trouwens ook over een man die zijn vrouw in elkaar geslagen had en daarom zijn huis werd uitgezet. Goeie zaak, denk je dan, maar de man zat wel op kosten van de gemeente in een hotel! En ook in datzelfde programma werd er voor gepleit dat werkgevers hun personeel niet meer verwennen met koffie of cup-a-soup, maar met een fruithapje! En ik zag de werknemers al voor me, in een kring, net als in de kleuterklas, met hun tupperwarebekers met gestampte banaan er in.
En terwijl Deetman zijn schokkend rapport presenteert over het seksueel misbruik in de Rooms Katholieke Kerk lees ik over schuurfeesten. En dan gaat het niet over feesten achter de boerderij, met bier en harde muziek, maar men heeft het over feesten waarbij kinderen, van een jaar of veertien soms, schurend met elkaar dansen. Geen probleem, volgens sommigen, want je loopt er geen SOA of aids mee op... Ik zal het wel niet begrijpen.
Er was ophef over spruitjes na een brand bij Moerdijk, en er was iets met komkommers, niemand weet wat, en er was een snelwegschutter actief die vele autoruiten aan diggelen schijnt te hebben geschoten. Onlangs bleek dat er niets, maar dan ook helemaal niets, op wijst dat er überhaupt zo’n schutter geweest is. Het waren toch gewoon steentjes, losliggend split noemden we dat vroeger, die na het asfalteren nog niet een vaste plek hadden gevonden.
Ook politiek gebeurde er van alles, met, voor velen, als dieptepunt Geert Wilders die Mark Rutte toeroept dat hij vooral normaal moet doen. Rutte repliceert ad rem, en adviseert hem hetzelfde.
Niet eens zo’n raar advies, normaal doen. Ik verbaas me altijd weer als ik zie waarvoor mensen allemaal uit hun dak gaan. Misschien wel een mooie wens voor het nieuwe jaar: laten we eens wat normaler gaan doen.
Aan de andere kant: Freek de Jonge, die zijn oudejaarsverhaal in Delfzijl op ons uitprobeerde, had een alternatief voor Mark Rutte: Waarom vroeg hij Geert Wilders niet om eens een keer bijzonder te doen?
Ik wens iedereen een bijzonder, gelukkig 2012.

Kees Steketee
 

Het is maar hoe je het bekijkt
(7 januari 2012)

De afgelopen weken verrasten we elkaar met een hele serie nieuwjaarswensen. Ondanks crises en andere problemen gingen vele mooie kaarten, mooie woorden, soms digitaal, maar allemaal even goed bedoeld, over en weer. Als alle goede wensen uitkomen wordt het een prachtig jaar.
Het mooie van de geprivatiseerde postbezorging is dat je op elk moment van de dag kaartjes kunt krijgen. ’s Morgens komen er een paar postbodes, ’s middags minstens nog één, en ’s avonds sluipen we als buurtgenoten langs elkaars huizen om onze wederzijdse wensen in de bus te stoppen.
TNT-post, vroeger de PTT, liet ook van zich horen. “Het spijt ons u te moeten melden dat de inhoud van deze aan u geadresseerde postzending verloren is gegaan. Wij bieden onze excuses aan voor het ongemak.” De tekst stond op een kaartje dat, samen met een leeg envelopje, in een ander envelopje was gestopt. Iemand had ons een kaartje willen sturen maar er was kennelijk iets misgegaan. Als TNT niet zo eerlijk was geweest om het ons te melden hadden we het nooit geweten. Want het is niet onze gewoonte om in de lijst met adressen waar we zelf een wens heen sturen aan te vinken van wie we een kaartje terug hebben gekregen, zo van, die sturen we er volgend jaar niet weer één!
Wat niet weet wat niet deert, zou ik zeggen, en waarom zou je slapende honden wakker maken? (Dat dacht ook die vrouwelijke hoogleraar aan de RUG die er van uitging dat ze was benoemd wegens haar wetenschappelijke kwaliteiten, maar er achter kwam dat haar vrouw-zijn de doorslag had gegeven…)
Gevolg van de TNT-actie is dat we handenwringend door het huis lopen: wie is dat toch die ons zo’n mooi klein vierkant nieuwjaarskaartje wilde sturen, met een decemberzegel, gericht aan Gera en Kees…
Dat is trouwens interessant: als je een combinatie van twee mensen hebt, een duo dus, noem je haast automatisch de kortste naam als eerste. Sinds ik daar op werd gewezen check ik dat altijd, en het klopt ook, meestal: Nick en Simon, Frans en Paula, Dien en Nico, Bassie en Adriaan, Jip en Janneke, Bert en Ernie, Tom en Jerry, Pauw en Witteman, Knevel en Van den Brink, en ga zo maar door.
Conclusie kan dus zijn dat het kaartje uit de richting van Gera’s kennissenkring kwam.
Ik geef toe, er zijn grotere problemen. Zo vroeg ik me opeens af, tijdens de top 2000 die ook in huize Steketee op gezette tijden door het huis schalde, wat Ringo Starr toch deed toen zijn collega’s Yesterday opnamen. Ik neem niet aan dat hij dat strijkkwartet voor zijn rekening nam. Misschien zorgde hij voor de koffie…
En over strijkers gesproken: Youp van ’t Hek vond dat we muziek niet kunnen missen, uiteraard niet, maar om dat aan te tonen had hij Emmy Verhey half verscholen op het podium staan die af en toe, begeleid door een combo dat er al net zo verscholen bij zat, door de voorstelling heen speelde. Als ik probeerde te horen wat voor prachtige muzikale lijnen er allemaal langs kwamen, kon ik Van’t Hek zijn oudejaarstirade niet meer volgen. En als ik naar hém luisterde drong de muziek niet meer echt door. Eigenlijk toonde hij het tegenovergestelde aan van wat hij wilde bereiken, en de vraag blijft me bezighouden: Wat is nou hinderlijker, een mooie violiste of een scheldende cabaretier.
Het is maar net hoe je het bekijkt…

Kees Steketee
 

Wateroverlast
(14 januari 2012)

Toen ik een jaar of tien was waren we met vakantie in Overijssel. Op een dag gingen we als uitje naar de toen nog jonge Noordoostpolder. Ik weet nog hoe sensationeel ik het vond dat we ver onder de waterspiegel reden, en als je je dat al niet realiseerde werd je er wel op gewezen door de borden die langs de weg stonden: “U bevindt zich thans op de bodem van de Zuiderzee.” Urk stak een eind boven het omringende land uit, en in Schokland stonden de meerpalen niet meer in de zee maar in het gras. Ik had trouwens de indruk dat die meerpalen er pas later, al nadat de zaak was drooggemaakt, waren neergezet. En we bekeken Nagele, een dorp dat ontworpen was door onder andere architect Rietveld, en dat helemaal was opgebouwd uit huizen met alleen platte daken. Dat was daar in Nagele een soort dogma. Mijn moeder vond het een groot voordeel dat je dan in ieder geval niet zo’n ontzettende rommel op je zolder kon krijgen. Maar een nadeel was dan weer dat je ook niet naar zolder kon vluchten als het water zou komen. Dat hield me wel bezig. De lotgevallen van mijn zelfgebouwde zanddijken op het strand bij vloed waren dusdanig dat ik er niet veel vertrouwen in had dat het heel lang goed zou gaan in die Noordoostpolder.
Bij het Eemskanaal dreigde het het afgelopen weekend echt mis te gaan.
Het waterpeil stond erg hoog, en er sijpelde wat water door de dijk. Zo’n 800 inwoners van het achterland werden verplicht hun huis te verlaten. Het ging om inwoners van Woltersum, Wittewierum, Ten Post en ook Ten Boer. Gelukkig niet om dé inwoners van Ten Boer zoals men in Hilversum af en toe meldde. Het noorden is en blijft ver weg voor onze landelijke nieuwsmakers. Opvallend dan wel weer dat in Trouw op de voorpagina de Nieuwjaarsduik in de ijsbaan van Middelstum werd geplaatst. Alle zeventien waaghalzen stonden op een grote foto!
Toen het Eemskanaalgebied weer werd vrijgegeven werden terugkerende bewoners geïnterviewd, en ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat dat met enige meewarigheid van de nieuwslezer gepaard ging. Zo erg was het toch allemaal nou ook weer niet geweest…
De aandacht voor de wateroverlast in onze provincie moest ook concurreren met overlast in Oostenrijk. Wintersporters zaten vast omdat de sneeuw waar ze naar op weg waren in te grote hoeveelheden naar beneden kwam. Iemand had in de auto vooral veel spelletjes gedaan, en de kinderen waren alvast met wat schoolwerk bezig geweest, maar geskied hadden ze niet. Ik vond het geen vergelijkbaar probleem. Voor een toerist in Oostenrijk was de grote hoeveelheid sneeuw vooral een avontuur, voor een bewoner naast een lekkende dijk heeft het dreigende water een heel andere impact.
Gelukkig kon er in de loop van het weekend weer volop worden gespuid. Gemalen draaiden op volle toeren, en miljoenen liters water, in de berichtgeving aanschouwelijk verduidelijkt door aantallen tankauto’s die daarvoor nodig zouden zijn, werden per minuut of per dag, dat weet ik niet meer, de Waddenzee in gespoten.
In de tijd van de drooglegging van de Zuiderzee waren er ook verregaande plannen om heel de Waddenzee maar in te polderen, en zo de Waddeneilanden tot een soort havenhoofden van het noorden van het land te maken. Je vraagt je wel af waar we dan nu al dat water uit onze provincie wel niet heen hadden moeten spuien…

Kees Steketee
 

Erfopvolging
(21 januari 2012)

Er is commotie over de televisieserie over de familie Van Oranje. Er zijn mensen die het te ver vinden gaan wat we allemaal te zien krijgen. Het sterfbed van Claus, de vermeende pruik die Beatrix draagt, allemaal privé zaken waarvan je niet wilt dat heel de wereld ze te zien krijgt. Althans, daar ga ik van uit. Maar misschien geldt dat voor de Koninklijke familie wel niet. Je bent een Koninklijke familie en je leven speelt zich dus af in een glazen huis.
De oudste dochter van Willem Alexander en Maxima (sorry, er staat geen ZKH en HKH en prins of prinses voor, maar dat kost allemaal zoveel ruimte, dus dat u niet ingezonden stukken gaat sturen, zo van die Kees Steketee heeft geen respect voor het koningshuis) weet nu al, voordat haar vader koning is, dat zij ooit koningin zal zijn.
Toen haar vader werd geboren was ik 13 jaar. We kregen een hele dag vrij van school en er klonken 101 saluutschoten. Als Willem Alexander een meisje was geweest was dat een halve vrije dag geweest en was er maar 51 keer geschoten geworden. Tegenwoordig is dat verschil er niet meer. Mannen en vrouwen zijn gelijk. Daarom ook wordt de voetbalwedstrijd Ajax-AZ overgespeeld met als publiek alleen kinderen, weliswaar onder schooltijd, maar het voorstel om ook vrouwen toe te laten werd niet aangenomen, want we hebben een wet gelijke behandeling en die wet zorgt er voor dat je dat niet kunt maken. Een zielig land zijn we, ik had het er al vaker over. Het zou juist een mooi gebaar zijn om vrouwen toe te laten, daar waar al die mannetjes met hun kabaal en machogedrag het zondagse voetbalgebeuren tot een samenlevingontwrichtende vrijetijdsbesteding hebben gemaakt.
Maar terug naar het koningshuis. Die arme Amalia weet dus al dat ze ooit koningin zal worden. Want ze is in een Koninklijke wieg geboren.
Bij het organistschap van een kerk hebben we het niet over erfopvolging.
Nee natuurlijk niet. Dat is niet haalbaar. Zoals bij de meeste banen niet. Bij echte functies of ambten wordt namelijk een zeker vakmanschap verwacht. Als manager moet je kunnen managen, als muzikant moet je muziek kunnen maken, als tuinman moet je groene handen hebben, als leraar moet je pedagogische kwaliteiten hebben, als integere dramaseriemaker moet je integer zijn en een dramaserie kunnen maken, en zo kan ik nog wel een poosje doorgaan.
Het was overigens ooit wel de gewoonte dat je als organist met de dochter van je voorganger trouwde, reden waarom Bach ook wel eens een mooie post met een wat minder mooie dochter aan zijn neus voorbij liet gaan. Maar dat je eigen zoon of dochter je verplicht moet opvolgen is nooit aan de orde geweest.
Ik ben ook maar wat blij, zowel voor de kerkelijke gemeente waar ik ’s zondags speel als ook voor haarzelf, dat mijn dochter niet het stokje van mij hoeft over te nemen als ik het over een jaar of dertig niet meer zelf zal kunnen. Wat dat betreft benijd ik Amalia niet.
En begrijp me goed, ik vind het best als ze ooit koningin wordt, net zoals ik het best vond dat Beatrix dat werd en dat Willem Alexander het wordt. Als we maar wel gewoon een democratisch gekozen parlement en een democratisch gevormde regering blijven houden. Je moet er toch niet aan denken dat we ooit een zoon van Mark Rutte zouden verplichten om onze nieuwe premier te zijn…

Kees Steketee
 

Love Boat
(28 januari 2012)

Vroeger had je Love Boat. Het was een tv-serie over een cruiseschip, die volgens een vast stramien was opgebouwd. Aan het begin van de aflevering maakte je kennis met de hoofdrolspelers van dat deel. Het ging om echtparen die huwelijksmoeilijkheden hadden, en daar via die cruise iets aan gingen doen, er gingen mooie jonge vrijgezelle meisjes mee en dito jongens, en onder het personeel was er ook altijd wel iets te beleven: een kok die een fout had gemaakt, de kapitein die verliefd wordt op net die ene alleenstaande oudere dame, of die stewardess die stiekem een collega zwart maakt. Het was het dagelijkse leven, alleen dan op een boot.
In de Eemshaven ligt ook regelmatig een cruiseschip. Dat heeft dan een proefvaart gemaakt en moet nog worden afgebouwd. Veel mensen tijgen er heen om zich aan zo’n schip te vergapen. Ik verbaas me altijd over de gigantische grootte, niet eens zo zeer de lengte, maar vooral de hoogte. Zo’n boot lijkt me topzwaar, en er hoeft maar wat te gebeuren of hij valt om, zou je zeggen. Ik heb dat ook boven in een reuzenrad als ik zie dat de schragen lang niet met zo’n scherpe hoek op het rad staan als ik beneden dacht. Met de Eiffeltoren heb ik dat niet: de vorm van dat ding suggereert dat hij stevig op zijn vier poten staat. Maar ik had het weer wel met de Euromast in Rotterdam: hoe bleef die in vredesnaam overeind? Een paal met bovenop een restaurant. En om hem na verloop van tijd aantrekkelijker te maken voor het toerisme is er nog weer een stuk boven op gezet… Men verzekerde mij dat dat best kon: het zwaartepunt van de Euromast ligt ver onder de grond, net zoals bij een beetje een boom het ondergrondse deel net zo groot is als de boom boven de grond. Overigens wil dat niet zeggen dat een boom nooit omwaait, maar dit terzijde. De Euromast staat er in ieder geval nog steeds.
Het bekendste cruiseschip uit de geschiedenis voer een eeuw geleden tegen een ijsberg op, maar de Titanic moet zijn bekendheid nu delen met de Costa Concordia die in Italië door een rots werd opengescheurd. De kapitein lijkt niet als laatste het schip verlaten te hebben. Ook dat komt in het gewone dagelijkse leven op de wal voor: falende managers die een zwalkend bedrijf voortijdig de rug toekeren (en dan vaak ook nog een beste zak geld meekrijgen!). De oorzaak van de scheepsramp was dat hij te dicht langs de kust voer. De boot telde maar liefst zeventien verdiepingen, terwijl de diepgang maar een meter of acht was. Ook dat lijkt me erg topzwaar. Sowieso een wonder dat zoiets blijft drijven.
De laatste jaren gingen we met vakantie, per veerboot, naar Engeland. Ook die enorme boten wekken de indruk topzwaar te zijn, en ik ben altijd blij dat ze de zware vrachtwagens onderin zetten, net als onze eigen auto. En dan maar hopen dat ze de boegdeur goed dicht doen!
Omdat de Love Boat niet voor niets de Love Boat heette waren aan het eind de huwelijksproblemen opgelost, hadden de jonge vrijgezellen elkaar gevonden, en waren de collega’s weer de dikste maatjes. Een happy end.
Misschien staat de Costa Concordia wel symbool voor heel ons leven: als je uit de koers raakt gaat het mis. En het eindresultaat toonde ons, anders dan de Love Boat, toch net iets meer hoe het in het echte leven toegaat…

Kees Steketee
 

Formeel
(4 februari 2012)
Op zaterdagmorgen vind ik het heerlijk om met koffie en de krant in bed het weekend te beginnen. De sudoku afgewerkt, het cryptogram een eind op gang (gek, hij lijkt de laatste tijd veel lastiger dan hij ooit geweest is, zou er een andere cryptogrammaker bij de krant werken?), rustig aankleden en dan aan de slag.
Dankzij onze digitale informatievoorziening waren we er getuige van dat ook Hans Spekman de dag op een dergelijke manier begonnen was. Maar hij had zich wat verkeken op de tijd en was kennelijk rechtstreeks uit zijn bed naar het PvdA-congres getogen. Hij was er nog net in geslaagd het bovenste T-shirt van de stapel mee te grissen, dat T-shirt waarvan zijn vrouw altijd zei dat hij dat alleen aan mocht als hij de auto ging wassen.
Het was niet bepaald een stijlvol gezicht, en zeker niet formeel. Maar formeel is de politiek al lang niet meer, sinds het dragen van een stropdas haast verboden lijkt. Veel politici knopen eerst hun das om en doen hem vervolgens weer af. Een op een dergelijke manier openstaand overhemd ziet er anders uit dan een direct al niet dichtgeknoopt exemplaar!
De gemeente Delfzijl is juist formeler dan ooit. ‘s Morgens voor de inwoners geopend, maar ’s middags kun je er alleen op afspraak terecht. Als je dat niet weet en je nietsvermoedend op een mooie dinsdagmiddag naar het gemeentehuis reist om een paspoort aan te vragen kom je van een kouwe kermis thuis. Drie mensen achter de balie, niet zichtbaar stressend of omkomend in het werk, en jij kunt onverrichterzake naar huis. Toevallig die week wel één ochtend vrij en die benut om alsnog het paspoort te bestellen.
Voor het afhalen waren we weer aangewezen op de middag. Dan maar, telefonisch, een afspraak gemaakt. Er werd naar onze naam gevraagd. “Gaat het om het aanvragen of afhalen van het reisdocument?” Geboortedatum, telefoonnummer, adres, alsmede e-mailadres, alles werd gevraagd. Ik vind het altijd lastig, een e-mail adres per telefoon doorgeven, en weet nooit of ik nou ‘apenstaartje’ of ‘at’ moet zeggen. Apenstaartje vindt men vaak onnozel klinken, maar het is een stuk duidelijker dan ‘at’, dan versta ik ‘er’ of ‘el’, en voor je het weet heb je een fout genoteerd.
We vroegen ons wel af waarvoor al die gegevens nodig waren. Zouden we straks via de e-mail overstelpt worden met aanbiedingen van de gemeente? Twee paspoorten voor de prijs van één? Verleng nu uw rijbewijs en maak kans op een E-bike?
Van een drogisterijketen kreeg ik een kortingspasje (“Via het internet even activeren!”), naast mijn bonuskaart, mijn gammapasje, mijn beveiligingscodepasje en nog veel meer pasjes. “Jouw extravoordeelkaart” zag ik opeens staan. Afgezien van het feit dat de kaart inmiddels van mij was, had ik daar liever zien staan ‘uw extravoordeelkaart’. Ik ben tenslotte geen intieme kennis van de keten, hoewel ik wel het complete werk van Bach er ooit heb bekomen.
Zoals gezegd, we worden steeds informeler, je zou ook kunnen zeggen, steeds jovialer, je zou ook kunnen zeggen dat we steeds meer aan decorum verliezen.
Lang geleden was er een staatssecretaris, ene Jan Schaefer, die niet meedeed met de gewoonte een net pak te dragen. Hij liep in spijkergoed. Van hem ging de grap dat hij, ’s avonds thuis gekomen, zijn spijkerpak uittrok en iets makkelijks aandeed.
Ik ga dadelijk (we schrijven vrijdagmorgen, zeven uur) aan het werk. En doe mijn mooiste stropdas om. Er is al genoeg verloedering in deze wereld.

Kees Steketee
 

Handtekeningen uitdelen
(11 februari 2012)

“Het lijkt me erg leuk om handtekeningen uit te delen.”
Het is goed voor een mens om ambities te hebben. Om ergens warm voor te lopen. Om je best te doen om iets te bereiken. Of het nou om sport gaat, kampioen te worden met je voetbalteam, of om muziek, eindeloos je best doen dat liedje onder de knie te krijgen.
Als muziekleraar kon je vroeger scoren door voor je leerlingen de muziek van de nieuwste hit mee te nemen. Je luisterde naar de Top-40, hoopte dat de disc jockey er niet te veel door heen praatte, nam het liedje op op de cassetterecorder en probeerde dan al terugluisterend de zaak te noteren. Steeds weer opnieuw luisteren, op pauze zetten, terugspoelen, vooruit spoelen, en dan dacht je dat je het had en dan bleek je toch weer niet het juiste akkoord genoteerd te hebben. Het cassettebandje rekte langzamerhand uit (reden waarom je ook voorgerekte cassettebandjes kon kopen!) en het klonk al met al nergens meer naar. Maar je had het tegen die tijd hopelijk wel op papier staan.
Het was ook de tijd dat je aan een popbandje direct al kon horen of het wat voorstelde. De mate van zuiverheid van de gitaren was een indicatie. Als de gitarist zijn gitaar al niet eens goed kon stemmen kon je wel nagaan hoe goed hij was! Als toetsenman spelen in een bandje was trouwens nog erg lastig. Een piano was niet te versjouwen, een elektronisch orgel ook niet, en die handige versies in keyboardformaat bestonden nog niet.
Tegenwoordig gaat het allemaal anders. Het stemmen van een gitaar is, met een digitaal stemapparaatje een fluitje van een cent. Je zorgt dat het wijzertje van je apparaatje precies op 0 staat, en het is goed. Je hoeft niet eens naar je gitaar te luisteren om hem te stemmen!
En een liedje opnemen op een cassetterecorder en vervolgens afluisteren om er achter te komen hoe het loopt is ook niet meer nodig. Alles staat op You Tube, je kunt het eindeloos luisteren, stoppen, opnieuw luisteren, zonder dat het aan kwaliteit inboet, en bovendien staan van heel veel liedjes de akkoorden binnen de kortste keren op internet, dankzij al die andere mensen die de muziek afluisteren en noteren.
En bij de Lidl of de Aldi koop je voor nog geen 100 euro een kwalitatief redelijk keyboard, natuurlijk, er zijn betere, maar om je ambities als jong popmuzikant te kunnen uitleven is minder nodig dan vroeger.
Het is dus eigenlijk verbazingwekkend dat er niet veel meer fantastisch talent opstaat. De mogelijkheden zijn zo groot!
Maar nee. Alles wat we langs zien komen in programma’s als The Voice Kids is namaak. Kinderen van 12 jaar die liedjes na-apen van volwassen artiesten. Dankzij datzelfde You Tube waar je als leraar je popliedjes vandaan haalt, kun je precies zien hoe de originele artiest het doet. Welke noten ze een beetje uitrekt, waar ze een versierinkje zingt, hoe ze daar bij kijkt, kortom, elke ademtocht van je voorbeeld kun je imiteren. En het doel blijkt dus niet te zijn om een mooi liedje te zingen, of een goede zangeres te worden, nee beroemd worden, daar gaat het om!
En handtekeningen uitdelen.
“Maar waarom wil je dan handtekeningen uitdelen?”
“Ik vind het mooi om iets van mezelf te geven…”
Ze zei het echt, toen ze werd geïnterviewd voor, of ná, dat weet ik niet meer, haar optreden.
Ik vind het niet normaal.

Kees Steketee
 

Kleuren
(18 februari 2012)

Wel vaker heb ik hier mijn kleine handicap ter sprake gebracht. Mijn zogeheten kleurenzwakheid. Ik ben niet echt kleurenblind, vind ik zelf, want ik zie namelijk niet alles in grijstinten. Maar ik gooi wel eens wat kleuren door elkaar, en als het niet heel duidelijke kleuren zijn raak ik soms echt in de war. Zoals bij mijn keyboard. (Ik hou van veel soorten muziek. Ook van wat dan heet ‘lichte’ muziek, en dat is maar goed ook, anders zou ik niet in staat zijn ook keyboardles te geven!) In zo’n ding zit een automatische begeleidingsband. En ergens zit een ledlampje dat, als een soort automatische dirigent, de maat aangeeft. Elke eerste tel van de maat licht het lampje groen op, en op de tweede, derde en vierde tel is het rood. Of andersom. Want dat is het probleem. Ik zie niet wanneer het rood of groen is, dus ik zie ook niet wanneer mijn digitale dirigent de eerste tel aangeeft.
Voorwaar een lastig fenomeen, maar omdat ik niet doof ben wel te overkomen: je hoort over het algemeen aan de automatische drummer wel wanneer hij zijn eerste tel slaat.
Bij onze fietsen met trapondersteuning zit een batterij die de stroom voor de ondersteuning levert. Als die batterij leeg is leggen we hem aan de oplader, en die oplader geeft, alweer met een ledlampje, aan wanneer de batterij weer vol is. Zolang hij bezig is met zijn belangrijke werk is hij rood, als hij klaar is, is hij groen, zegt Gera. Maar ik ziet het niet. Gevolg is dat ik hem veel te lang aan de stroom laat liggen, en dus meer energie gebruik dan nodig zou zijn als ik niet mijn kleurenblindheidgebrek had.
Je hebt ook van die straatlantaarns, de eerste die ik leerde kennen stonden bij het veer Zijpe-Anna Jacobapolder, die van dat speciale rode licht geven. Anderen noemen dat oranje, maar voor mij is het gewoon rood licht. Het is dan wel behoorlijk lastig om te zien of er tussen de lantaarnlampen ook nog een stoplicht blijkt te staan. Het overkwam me vorige week op de N33, daar waar hij de A7 kruist. Een lastige kruising, altijd druk, kijk uit, maximum 70, en opeens bleek daar inderdaad, tussen de rode lantaarns, een stoplicht te hangen… Ik ben er haast doorheengereden. Nog net op tijd wist ik te stoppen. Maar het zal je toch gebeuren dat je voor een rode lantaarnpaal gaat staan wachten…
Nog een probleem: In de krant stond een kaartje van Nederland waarop was aangegeven op welke snelwegen het kabinet vindt dat we 130 moeten rijden. Om onderscheid te maken met de wegen waar dat niet mag waren ze verschillend gekleurd, althans dat maakte ik op uit de verklaring onder het kaartje. De 130-wegen waren wellicht groen, de andere rood, maar ik zag het niet.
Ik twijfel nog of ik voor alle zekerheid overal 130 ga rijden, of 120.
Ik neem aan dat het laatste het meest economisch is.
Waarom ik dit vertel?
Niet om te laten weten hoe zielig ik ben, ik lijd niet onder mijn kleurendyslexie, maar om ontwerpend Nederland te verzoeken ledlampjes, kaartjes én straatlantaarns, in duidelijke primaire kleuren te fabriceren.
Dat moet toch niet moeilijk zijn?
O ja, bij de glasbak is het ook lastig. Ik zie nooit goed wat nou groen en wat bruin glas is. Ik stop de flessen er altijd maar een beetje stiekem in, zodat niemand ziet dat ik het misschien wel verkeerd doe…

Kees Steketee
 

De nieuwste column :

 

Klaar over
(25 februari 2012)

Het is een moderne wijk geworden.
Een mooi winkelcentrum met mooie parkeerplaatsen, appartementen, een huisartsenpost, een woonvoorziening voor ouderen, veel groen, veel paden en bruggen, en, onder die bruggen, veel water. Er lijkt zelfs een soort strandje te liggen aan een van de waterkanten.
En uiteraard staat er een brede school. Het toverwoord voor het onderwijs van heden en toekomst, de brede school. Je vraagt je af hoe het toch mogelijk is dat het de afgelopen eeuwen allemaal is gelukt zonder die gigantische onderwijsgebouwen. Op de plaatsen waar de scholen vroeger stonden wordt momenteel de laatste hand gelegd aan de verwijdering van de funderingen. Ook daar zal wel weer veel groen komen.
Het was op een middag toen de bede school net uitging. Zoals bij elke school die uitgaat, is het een gekrioel van kinderen en moeders met fietsen, buggy’s, bakfietsen, skates, rugzakken en veel lawaai.
En her en der staan auto’s met draaiende motoren op strategische plaatsen opgesteld.
Ze had net boodschappen gedaan en was op haar fiets op weg naar huis. Het fietspad dat ze bereed kruist de weg langs de brede school en loopt precies langs de voetgangersoversteekplaats waar twee klaar-overs klaarstonden om van tijd tot tijd wat kinderen te laten oversteken. Nou ja, klaarstonden, ze zaten, ieder aan een kant van de weg, op een paaltje te wachten tot de eerste overstekende kinderen zich zouden melden. Maar aangezien de school nog maar net uit was, en het bovendien prachtig weer was, had niemand haast om zich aan de rand van de weg op te stellen. De schooljeugd krioelde door elkaar, duwend, trekkend en lol trappend. Een meisje werd het fietspad op geduwd en de fietsster met de boodschappen kon haar maar net ontwijken. Het lukte haar daarbij maar ternauwernood om een dubbel geparkeerde afhaalauto niet te raken.
Snel stak ze via het fietspad de weg over en dacht zo de drukte achter zich te laten, maar opeens werd ze geroepen: “Mevrouw, wat doet u nu, u moet even wachten. Straks rennen de kinderen zo achter u aan de weg over, en dat zou toch heel gevaarlijk zijn…”
Ze wist niet goed waar het vandaan kwam. Verstond ze dat nou goed? Ze hield even in, en toen ging de stem weer verder: “Op die manier denken de kinderen dat ze gewoon over kunnen steken, u moet wachten tot wij het sein geven.”
Het was een van de klaar-overs die haar maande om toch vooral niet door te rijden, juist nu de kinderen allemaal moesten oversteken.
Ze stond perplex. Hoezo wachten? Ze fietste gewoon over het fietspad. Ze had niets met de voetgangersoversteekplaats te maken. Wat dacht die oranje machtswellusteling wel niet? Ze was toch niet een soort rattenvanger van Delfzijl, waar de schoolkinderen als domme schapen achter aan zouden lopen, de schoolkinderen nota bene die nog totaal niet bezig waren met de planning van de oversteek van de op dat moment trouwens ontzettend rustige weg. En wat moesten die kinderen dan op het fietspad?
Haar verbazing over de belachelijke actie van de klaar-over won het van de langzaam opkomende woede. Ze fietste snel naar huis. Het zou ook jammer zijn als haar diepvriesboodschappen zouden ontdooien omdat zij die oranje drukteschopper zo nodig moest gaan vertellen hoe ze over haar dacht.
Wel keek ze even achterom naar de klaar-over, en stak haar hand op.
En ze schudde haar hoofd.

Kees Steketee